Peter van den Boom, eerste directeur van de NBB, overleden

Peter van den Boom, de eerste directeur van de Nederlandse Basketball Bond en de eerste directeur van het Sloterparkbad in Amsterdam, is overleden. Anderhalve maand geleden werd bij hem onbehandelbare leverkanker geconstateerd. Van den Boom is 81 jaar oud geworden.

Peter van den Boom was een buitengewoon humorvolle man met een ijzersterk relativeringsvermogen. Vrienden die de voorbije dagen hoorden van zijn naderend afscheid reageerden in eerste instantie geschokt, om vervolgens de ene na de andere anekdote op te dissen. Bij alle functies die Peter van den Boom in zijn kleurrijke leven vervulde, zorgde hij immer voor de vrolijke noot. Hij werd gewaardeerd omdat hij humor altijd aan kennis van zaken paarde.

Zeker tien jaar lang maakte Van den Boom deel uit van het bestuur van de Haarlem Basketball Week. Verliep de organisatie voor de verandering eens niet vlekkeloos, zo herinnert HBW-voorzitter Frank Voskuilen zich, dan riep Van den Boom met zijn zeer typerende en aanstekelijke lach: “Gelukkig, we hebben er weer een probleem bij!”

Hij had bij ieder HBW-vergadering steevast de lachers op zijn hand door meteen na de opening af te trappen met de opmerking: “Dit is geen vergadering… We komen luisteren wat de voorzitter allemaal heeft besloten!”

Als vicevoorzitter van de HBW was zijn werkveld vooral de VIP-room, zijn natuurlijke biotoop, waar hij altijd in een karakteristieke pose was te vinden: met beide handen op de zakken van zijn colbert. Die puilden namelijk uit van de consumptiebonnen. Van den Boom was een voortreffelijk gastheer voor het Haarlemse eindejaarsfeest.

Op 15 januari 1971 maakte Peter van den Boom formeel zijn intrede in het Nederlands basketball. Het was zijn eerste officiële werkdag als de eerste directeur van de Nederlandse Basketball Bond. Onder Van den Boom beleefde de NBB een grote ledengroei en werden de eerste grote verbintenissen met shirtsponsors afgesloten. Dankzij het roemruchte Levi’s Flamingo’s ging het Nederlands clubbasketball internationaal een woordje meespreken. Van den Boom gaf ook leiding aan de NBB in de periode dat het eerste internationaal aansprekende evenement voor mannen werd binnengehaald: het Pré Olympisch Toernooi van 1972 in Haarlem en Amsterdam.

Onder Van den Boom verhuisde de snel expanderende NBB van de Amsterdamse Overtoom naar een nieuw kantoor aan Plein ’40-’45. Volgens de eerste betaalde NBB-medewerkster Greet Wink (helaas recentelijk ook overleden) was het pand aan de Overtoom te klein om voor Van den Boom een eigen kantoor in te richten.

Van Den Boom – geboren op 7 september 1936 in Doetinchem – kwam naar de hoofdstad via Schiedam. Daar was hij directeur van de plaatselijke VVV en directeur van de stichting De Schiedamse Gemeenschap, het koepelorgaan van alle Schiedamse culturele instellingen.

De positie van directeur bij de NBB zou Van den Boom niet lang bekleden. In oktober 1972 nam hij ontslag en begin 1973 werd hij opgevolgd door ‘Oom Wim’ Mateboer’. Van den Boom stapte over naar de gemeente Amsterdam, waar hij als manager aan de slag ging bij de Dienst WSBZ: de Dienst Was, Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen. In die hoedanigheid was hij de eerste directeur van het nieuwe Sloterparkbad, waarvoor in september 1970 Ada Kok de eerste paal had geslagen. Het nieuwbouwproject kostte destijds 10,3 miljoen gulden. Daarmee was het nieuwe Sloterparkbad bij de officiële opening in 1973 het grootste naoorlogse nieuwbouwproject van de gemeente Amsterdam.

Het Sloterparkbad vormde de opmaat naar een nieuwe carrière-switch, die Peter van den Boom als ‘accommodatieadviseur’ bij de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, deed belanden. Bij de VNG gold Van den Boom als de zwembadendeskundige. Ook die ‘eretitel’ wist hij humorvol te relativeren: “Als je alles weet van iets onbelangrijks, dan word je vanzelf een deskundige.”

Zijn verbondenheid met de zwemsport beleed Van den Boom in de kolommen van NRC/Handelsblad, waarvoor hij in de jaren zeventig actief was als waterpolomedewerker. Zijn journalistieke talent wendde hij daarnaast aan in de productie van geschiedenisboeken voor uitgeverij Lekturama van Bram van Leeuwen, de zelfbenoemde ‘Prince de Lignac’. Van Leeuwen bedacht een zeer lucratief concept, waarbij het eerste deel van een serie luxe uitgevoerde boeken voor een spotprijs te koop werd aangeboden, waarna de koper bij het postorderbedrijf tegen het volle pond nog tien of twintig delen uit een thematische serie kon afnemen. Van Leeuwen zou multimiljonair worden toen hij Lekturama verkocht. Hij eiste de uitbetaling van zijn miljoenen echter op vrijdag en niet (na het weekeinde) op maandag, omdat dat twee dagen rente scheelde… Van den Boom kon er zeer smakelijk over vertellen: “Het leverde een verdomd aardig zakcentje op.”

Zo diepte hij ook de ene na de andere smakelijke anekdote op over zijn periode als teammanager van het Nederlands basketballteam. Schaterlachend vertelde hij hoe hij ooit een van de meest bekende internationals had betrapt bij het doen van zijn behoeften in een plantenbak.

Met basketball bleef Peter van den Boom vooral een bestuurlijke band in stand houden. Zo was hij in de jaren tachtig voorzitter van Rucanor TriStars, tijdens wat de laatste stuiptrekkingen van het roemruchte Delftse Punch in de eredivisie zouden blijken te zijn.

Als jarenlang lid van de Topsport Liga van de NBB trok Van den Boom graag ten strijde tegen het onbenul in het Nederlands basketball. Pluchetijgers als voorzitter Frits Brink en directeur Peter Notten moesten het zwaar ontgelden, al was zijn eerste aanvalstactiek altijd het bestrijden van onbenul met humor. Werd het te erg en slaagde zelfs Van den Boom er niet in het onbenul weg te lachen, dan sloeg hij toe met zijn dossierkennis.

Pogingen van Brink en Notten om Van den Boom te lozen, strandden zonder uitzondering op zijn hechte netwerk en zijn inhoudelijke dossierkracht. Uiteindelijk keek hij als morele winnaar glimlachend toe hoe Brink en Notten zelf het veld ruimden.

Van den Boom – Ridder in de Orde van Oranje-Nassau – was op zijn best in een haast Fawlty Towers-achtige rol, maar hij maakte zijn punten waar en wanneer hij zelf wilde. Achter de gulle lach van Van den Boom school in ieder geval bestuurlijke onverzettelijkheid. Zoals hij op meerdere vlakken onvermoed onverzettelijk uit de hoek kon komen. Op 47-jarige leeftijd ging hij ineens volle bak in training voor de triathlon van Almere, die hij meteen twee keer volbracht.

Bij de opleving van het Haarlemse basketball in de jaren negentig nam Peter van den Boom geregeld plaats op een bankje in de Imbema-hal. Daar becommentarieerde hij op zijn geheel eigen wijze de wederwaardigheden in de basketballsport. Het bankje kreeg al rap een vaste bezetting en werd omgedoopt in het ‘seniorenbankje’, ook wel  het ‘seniorenconvent’.

Die rol van humorvol commentator op afstand paste hem zeer. Inmiddels was Peter van den Boom in zijn woonplaats Hoofddorp namens de VVD in de plaatselijke politiek verzeild geraakt. Al dan niet onder pseudoniem gaf hij – alweer met veel humor – wekelijks commentaar in het plaatselijke sufferdje.

Het enige dat Peter van den Boom niet kon weglachen, was zijn ziekte, die hem in een ongekend tempo sloopte.

Met Peter van den Boom is ook de humor in het Nederlands basketball een beetje gestorven.

Deel!