Levenskunstenaar Pete Harris op Nieuwjaarsdag overleden

Op Nieuwjaarsdag is – naar nu pas bekend is geworden – levenskunstenaar Pete Harris overleden. Harris was een begenadigd forward van 2 meter en 4 centimeter die in de jaren zeventig en tachtig aan de weg timmerde, maar nergens echt leek te kunnen aarden. Behalve in de stad Amsterdam.

Pete Harris wordt op 26 april 1951 als William Edward Harris in een nietig gehucht ergens in North Carolina geboren. Basketballen leert hij er op de boerderij van zijn opa en oma. Harris bezoekt Dunbar High in Baltimore en speelt aansluitend drie seizoenen voor Stephen F. Austin College. Hij wordt in 1973 door de Atlanta Hawks in de zevende ronde van de NBA Draft als nummer 113 gekozen. In de ABA lijken zijn kansen iets beter: de Utah Stars kiezen hem in de vijfde ronde van de ABA Draft.

Harris test zijn kansen in Salt Lake City, maar springt aan boord van het rondreizend circus van Jim McGregor, wanneer hij de kans krijgt naar Israël te reizen. Israël wordt echter vrij snel Buenos Aires, waar hij bij River Plate een blauwe maandag zijn talenten mag etaleren. Harris’ Europese avontuur neemt een aanvang wanneer hij in Portugal een contract tekent bij Benfica. Hij wordt er, naar eigen zeggen, dikke vrienden met voetballegende Eusebio.

Op 23 augustus 1974 laat McGregor hem een proefwedstrijd spelen in de Apollohal. Harris mag blijven, net als de 2 meter 12 lange center Gregory Northington. Hij prijkt bij de start van het seizoen 1974-1975 op de spelerslijst van Gerard de Lange, maar maakt het seizoen in Amsterdam niet af. Tussentijds vertrekt hij wederom naar Portugal.

Een jaargang later is Pete Harris echter weer van de partij. Het is vooral de stad Amsterdam die hem trekt. Harris is geen man van een vaste woon- of verblijfplaats. Hij zwalkt graag door Amsterdam, getooid met een zwarte must. Hij is de personificatie van de Paul Young-hit ‘Where ever I lay my hat, that’s my home’. Er wordt beweerd dat hij niet eens een vast woon- of verblijfplaats heeft.

Ook het seizoen 1975-1976 maakt hij bij Gerard de Lange niet af. In januari 1976 stapt hij op. “Ze hebben me belazerd,” zegt Harris, op dat moment de topscorer van de ploeg. Sponsor Gerard de Lange luistert naar zijn verhaal, toont zich sociaal en vangt Harris op. Tot aan het nieuwe seizoen mag hij in het bedrijf van Gerard de Lange werken.

Aan basketballkwaliteiten ontbreekt het Harris bepaald niet. In de zomer van 1976 wordt hij dan ook met tromgeroffel aangekondigd in Enschede bij Arke Stars. Maar ook daar gaat het mis. Harris blijft dat seizoen in Amsterdam wonen en gaat drie keer per week met de trein naar Enschede om er te trainen. Wanneer Arke in januari 1977 Mercasol Leiden op bezoek krijgt, weet niemand waar Harris uithangt. Later verklaart hij op weg naar de wedstrijd op het Centraal Station in Amsterdam enorme last te hebben gekregen van maagkrampen. Hij zoekt hulp bij een vriend, die echter niemand in Enschede aan de telefoon kan krijgen om hem af te melden voor de wedstrijd tegen Mercasol. Het bestuur van Arke Reizen en de spelersgroep vergaderen over de verklaring en nemen Harris opnieuw in genade aan.

Een maand later wordt hij alsnog ontslagen. Hij laat een pijnlijke enkel onderzoeken in het ziekenhuis in Amsterdam en meldt zich in Enschede met een doktersverklaring. De verstuiking is niet heel erg en kan met bandages worden behandeld. De clubleiding in Enschede draagt Harris op zich donderdag, vrijdag of zaterdag bij de fysiotherapeut van de club te melden. Geen van de drie dagen biedt Harris zich aan om de behandeling te ondergaan. Dat is de druppel die de emmer doet overstromen. Harris wordt ontslagen.

Over wat hij met zijn tijd wil, heeft Harris in die dagen heldere denkbeelden. Hij wil zich vooral verdienstelijk maken met het onderwijzen van de Amsterdamse schooljeugd. Hij heeft zijn hart zowel aan basketball als aan Amsterdam verpand en probeert overal en altijd van de nood een deugd te maken.

Racing Amsterdam biedt uitkomst. De club, die niet op het hoogste niveau uitkomt, heeft in Brutus een redelijke sponsor en in Ton Boot een uitstekende coach. Met Boot botert het echter niet. Wanneer sponsorvertegenwoordiger Speelman (die ook actief is als de zaakwaarnemer van voetbalinternational Johnny Rep) Harris 5.000 gulden voorschot betaalt, is hij ineens weer gevlogen.

In november 1977 laat hij zijn gezicht weer zien in de Eredivisie. CSKA Moskou is voor een tweetal demonstratiewedstrijden in Nederland en Pete Harris mag op de tweede avond van de toernee (op de eerste avond wordt Donar met 17 punten verschil door de Sovjet-Russen uit de hal gelopen) in de Apollohal als gastspeler meedoen met Delta Lloyd Amsterdam. Hij slaagt er echter niet in definitief een contract bij voorzitter Bram Brakel te versieren.

Amstelveen lijkt een meer kansrijke optie te zijn, wanneer halverwege het seizoen bij die ploeg Alan Shaw stopt en Paul van der Ree vertrekt. Coach Roel Tuinstra wil Harris er graag bij hebben, maar de NBB hanteert streng doch rechtvaardig de deadline van de overschrijvingsperiode. Het verzoek om Harris te mogen inlijven, komt ver na die deadline. Voor Amstelveen dubbel zuur omdat de club inmiddels uitzendbureau Unique zover heeft gekregen het aantrekken van Harris met 10.000 gulden te sponsoren.

Harris druipt af naar Portugal. Opnieuw.

Niemand kijkt verbaasd op wanneer de naam van Pete Harris in het seizoen 1978-1979 toch weer opduikt in Amsterdam. Dit keer bij The Wolves, dat nu door het leven gaat onder de sponsornaam Boetiek Waterloo.

Een jaar later haalt Bram Brakel Pete Harris alsnog naar Delta Lloyd Amsterdam. Harris wordt er de opvolger van Al Davis. Hij pakt in oktober 1979 uit met 30 punten tegen regerend landskampioen Parker Leiden. Delta Lloyd wint met 84-75. De Apollohal staat voor Harris op de banken. De kranten jubelen over zijn talenten in chocoladeletters. Brakel’s Telegraaf uiteraard voorop.

Toch blijft Pete Harris een onpeilbare levenskunstenaar. Ook bij Delta Lloyd slaagt hij er niet in een lang verblijf af te dwingen. In het seizoen 1980-1981 speelt hij dan ook in de eerste divisie voor Zaandam.

Wanneer Peter Harris niet speelt, dan is hij regelmatig op de markt te vinden. Zo scharrelt hij zijn geld bij elkaar. Hij verkoopt dameslingerie, badpakken en pullovers. En is te vinden op de markten – zo tekent Het Parool op: “Van Midwolda tot Scharrendijke en van Schin op Geul tot Dokkum”.

En is zelfs dat onvoldoende om in zijn levensonderhoud te voorzien, dan kent Harris geen nood: “Als ik geen geld heb, kan ik overal in de stad een maaltijd krijgen.”

En, oh ja, hij speelt ook nog in een band: Mr. Shake Down. Met Pete Harris op de conga’s…

Kerst 1981 prijkt hij samen met Tyronne Marioneaux op de cover van Play-Off/Basketball. In zijn hand heeft Pete Harris een ontkurkte fles champagne. Beide topspelers van weleer zijn gestoken in een gedistingeerd zwart kostuum.

Dat optimistische beeld detoneert echter met de volgende fase in de carrière van Harris. Amstelveen wil hem alsnog graag in de ploeg opnemen, maar dit keer duurt het lang voordat hij door Zaandam wordt vrijgegeven. Harris woont dan tijdelijk in Mijdrecht. En dat is geen Amsterdam…

Het seizoen 1981-1982 zal het laatste seizoen worden waarin zijn naam in de Eredivisie opduikt. Zijn diensten kunnen een stuk aantrekkelijker worden voor clubs, wanneer hij het Nederlanderschap kan krijgen, maar zelfs die procedure verloopt niet zoals gehoopt en loopt – volgens de kranten – onverklaarbare vertraging op.

Pete Harris verdwijnt zonder ooit helemaal weg te zijn.

Op 1 januari 2018 overleed Pete Harris, levenskunstenaar. Hij was 66 jaar oud.

Deel!